We kijken dus niet naar één bedrijf of één consument, maar naar het grote geheel.
Bedrijven maken producten en verkopen die aan consumenten. Om die producten te maken hebben ze werknemers nodig. Die werknemers krijgen loon, en met dat loon kopen ze weer producten. Zo komt het geld dat bedrijven uitbetalen via de verkoop deels terug.
Maar… niet al het verdiende geld wordt uitgegeven. Een deel wordt gespaard. Dat geld verdwijnt tijdelijk uit de kringloop van productie en consumptie. Het gevolg? Bedrijven ontvangen minder geld dan ze aan lonen hebben betaald. Er ontstaat een gat.
In een gesloten economie (zonder buitenland) moet de overheid dat gat vullen. Doet ze dat niet, dan krimpt de economie. Het begrotingstekort van de overheid moet dus ongeveer gelijk zijn aan het bedrag dat burgers en bedrijven samen sparen.

