Waarom heffen we eigenlijk belastingen?
In een vorige post schreef ik over de relatie tussen burger en overheid. De kern van dat verhaal was simpel: wij zijn de overheid.
De overheid is geen losstaand orgaan tegenover de samenleving, maar een samenwerkingsverband waarin wij als burgers samen organiseren wat we belangrijk vinden. Via de overheid zorgen we voor gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, veiligheid en nog veel meer. Dat doen we niet ieder voor zich, maar gezamenlijk.
Geen klanten, maar deelnemers
Daarom moet de burger niet worden gezien als klant van de overheid. Een klant staat tegenover een leverancier. Maar burgers zijn deelnemers aan het samenwerkingsverband dat we overheid noemen.
In dat verband noemde ik ook het bekende adagium uit de tijd van de Amerikaanse onafhankelijkheid: no taxation without representation. Belastingen en democratische zeggenschap horen bij elkaar. Dat is een goed bruggetje naar het onderwerp van dit artikel: belastingen.
Want waarom zijn die er eigenlijk?
Een ogenschijnlijk simpele vraag
Veel mensen zullen deze vraag vreemd vinden. Natuurlijk heeft de overheid geld nodig, zo denken we. De overheid moet eerst belasting innen voordat ze iets kan uitgeven. Net als een huishouden of een bedrijf: eerst verdienen of lenen, daarna pas uitgeven.
Dat klinkt logisch — maar het klopt niet.
Na het lezen van dit artikel zul je zien dat de financiële werkelijkheid van de overheid fundamenteel anders in elkaar zit dan die van een bedrijf of een gezin. Dat vraagt wel iets van je als lezer: de bereidheid om een vertrouwd idee even los te laten en niet alleen op je eerste intuïtie te varen, maar een stap verder te denken.
Samen voorzieningen realiseren
Via de overheid realiseren we gezamenlijke voorzieningen. Over welke voorzieningen dat zijn en hoeveel we daarin willen investeren, beslissen we via democratische processen.
Maar hoe zorgt de overheid er concreet voor dat die voorzieningen er komen?
Scholen en ziekenhuizen worden gebouwd en bemenst door burgers. Waarom zijn zij daartoe bereid?
Een deel van het antwoord is motivatie en beroepstrots. Maar dat is niet voldoende om een samenleving draaiende te houden. Het belangrijkste antwoord is eenvoudiger: mensen doen dit werk omdat ze ervoor betaald worden.
Waarom willen mensen dat geld?
Dat brengt ons bij een opvallende en cruciale vraag die helaas maar weinig gesteld wordt: waarom willen mensen eigenlijk het geld dat de overheid betaalt? Dat geld hebben we nodig voor onze boodschappen e.d. Een hele andere belangrijke reden is dat iedereen belastingplichtig is. Die belastingen moeten worden betaald in de munt die de overheid heeft vastgesteld — in ons geval de euro. Om aan euro’s te komen, zijn mensen bereid goederen en diensten te leveren, ook aan de overheid. Dat is de kern.
Dat is ook de reden dat de bakker euro’s vraagt voor zijn brood, want daardoor kan ook hij zijn belastingen betalen.
De overheid gebruikt belastingen niet primair om haar uitgaven te financieren. De belangrijkste functie van belastingen is dat ze ervoor zorgen dat wij behoefte hebben aan euro’s, en daardoor bereid zijn om arbeid en middelen beschikbaar te stellen aan de samenleving via de overheid.
Geld scheppen en geld vernietigen
In ons huidige geldsysteem — een zogenoemd fiatgeldsysteem — is geld niet gekoppeld aan goud of andere materiële waarde. Geld ontleent zijn waarde aan het vertrouwen in de overheid die het uitgeeft.
Wanneer de overheid geld uitgeeft, ontstaat er nieuw geld. Wanneer de overheid belastingen int, wordt geld weer uit de omloop gehaald.
Heel kort door de bocht:
Overheidsuitgaven creëren geld
Belastingen vernietigen geld
Als de overheid een onderwijzer betaalt, wordt dat geld niet ergens “opgehaald”. De overheid creëert het zelf, bijvoorbeeld via boekingen binnen het bancaire systeem. De precieze technische route kan verschillen, maar de essentie blijft gelijk.
Waarom dan toch belastingen?
Als belastingen niet nodig zijn om uitgaven te financieren, waarom heffen we ze dan wél?
Naast het creëren van vraag naar de munteenheid hebben belastingen nog andere belangrijke functies:
Herverdeling van welvaart
Het stimuleren van gewenst gedrag en afremmen van ongewenst gedrag
Het afremmen van de economie wanneer die dreigt te oververhitten
Belastingen zijn dus een beleidsinstrument, geen spaarpot.
Kan de overheid dan onbeperkt uitgeven?
Nee, absoluut niet.
De beperking van de overheid is niet financieel, maar reëel. De overheid kan alles kopen wat beschikbaar is. Maar als arbeid, grondstoffen of productiemiddelen schaars worden, ligt daar de grens.
Blijft de overheid in zo’n situatie toch geld uitgeven, dan ontstaat er concurrentie om schaarse middelen. Dat drijft prijzen op en leidt tot inflatie.
Goede politiek gaat daarom niet over de vraag waar het geld vandaan moet komen, maar over de vraag waar de grenzen van de beschikbare capaciteit liggen.
Politieke keuzes bij schaarste
Wanneer die grenzen in zicht komen, moet de overheid andere keuzes maken, bijvoorbeeld:
Ambities bijstellen
Alternatieven zoeken voor schaarse middelen
Via wetgeving of belastingen het gebruik door de private sector afremmen, zodat middelen beschikbaar komen voor collectieve doelen
Dat zijn lastige, maar onvermijdelijke politieke afwegingen.
Tot slot
Belastingen zijn dus geen noodzakelijk kwaad om een lege staatskas te vullen. Ze zijn een essentieel onderdeel van het samenwerkingsverband dat we overheid noemen. Ze geven richting aan onze economie, maken collectieve voorzieningen mogelijk en helpen om schaarste en ongelijkheid te beheersen.
Wie de overheid ziet als een huishouden met een pinpas, mist dit grotere geheel.
Wie de overheid ziet als wat zij werkelijk is — een samenwerking van burgers — begrijpt ook waarom belastingen een heel andere rol spelen dan vaak wordt gedacht.
En daarmee zijn we weer terug bij het begin:
wij zijn de overheid, en belastingen zijn één van de manieren waarop we dat samen vormgeven.
Voor een uitgebreidere beschrijving van hoe dit werkt verwijs graag naar mijn andere blogs. Kijk bijvoorbeeld eens naar deze over de Millenial’s Money.


