Wij zijn de overheid
Het idee dat je volledig op jezelf kunt staan, spreekt veel mensen aan. Onafhankelijk zijn, je eigen boontjes doppen, niemand nodig hebben. Maar hoe aantrekkelijk dat ook klinkt: in de moderne samenleving is het een illusie.
Onze samenleving is simpelweg te complex om autarkisch te kunnen functioneren. Zelfs wie zo zelfstandig mogelijk wil leven, is afhankelijk van anderen. Van de boer die voedsel produceert, van de leraar die onderwijs geeft, van de arts die klaarstaat bij ziekte, van de ingenieur die zorgt voor drinkwater en elektriciteit. We hebben elkaar nodig, of we dat nu willen of niet.
Samenleven is samenwerken
Omdat we elkaar nodig hebben, moeten we ook samenwerken. Die samenwerking gebeurt niet vanzelf. Ze vraagt om afspraken, om organisatie en om een manier om gezamenlijke belangen te behartigen. Door de geschiedenis heen hebben samenlevingen daar verschillende vormen voor gevonden. In moderne staten is die organisatievorm de overheid.
Het doel van die samenwerking is niet om het leven van mensen te bepalen, maar juist om een basis te creëren waarop burgers hun eigen leven kunnen opbouwen. Vrijheid bestaat niet in het luchtledige. Ze vraagt om voorwaarden die alleen gezamenlijk te realiseren zijn.
Wat is die gezamenlijke basis?
In hedendaagse samenlevingen bestaat die basis ondermeer uit de volgende elementen:
Bescherming tegen algemene levensrisico’s, zoals ouderdom, werkloosheid en ziekte
Zorg voor veiligheid, zowel intern als extern
Onderwijs, zodat mensen hun talenten kunnen ontwikkelen
Infrastructuur, van wegen en spoor tot digitale netwerken
Dit zijn voorzieningen waarvan individueel organiseren onmogelijk of extreem inefficiënt zou zijn. Juist omdat iedereen er op een of andere manier van afhankelijk is, worden ze collectief geregeld.
Van burgers voor burgers
De gangbare organisatievorm voor deze collectieve basis is er één van burgers voor burgers. Dat is een cruciaal punt dat vaak uit beeld raakt. De overheid is geen externe macht die “boven” de samenleving hangt. Zij is de samenleving, georganiseerd.
Als we spreken over “de overheid”, bedoelen we het samenwerkingsverband waarin burgers via regels, instituties en democratische besluitvorming vastleggen hoe zij collectieve zaken willen regelen. Ambtenaren, politici, rechters en publieke instellingen voeren taken uit namens dat samenwerkingsverband. Ze staan er niet los van.
In die zin geldt: wij zijn de overheid.
Verschillende rollen, één collectief
Dat betekent niet dat iedere burger dezelfde rol heeft. In een complexe samenleving is taakverdeling onvermijdelijk. Sommige burgers werken als uitvoerende partij binnen de overheid, bijvoorbeeld als ambtenaar, leraar of politieagent. Anderen vervullen een controlerende rol, via media, maatschappelijke organisaties of volksvertegenwoordiging. Iedereen participeert ook nog als kiezer en als belastingbetaler.
Die verschillen in betrokkenheid doen niets af aan het gezamenlijke karakter van het geheel. Net zoals niet elke voetballer in een team spits is, maar wél onderdeel van hetzelfde spel.
De burger als klant?
Sinds enkele decennia is het populair geworden om burgers te beschouwen als klanten van de overheid. Overheidsdiensten moeten “klantgericht” zijn, beleid moet “efficiënt” en mensen moeten “waar voor hun geld” krijgen.
Op het eerste gezicht klinkt dat aantrekkelijk. Maar deze benadering kent een fundamenteel probleem. Ze benadrukt de tegenstelling tussen burger en overheid, alsof het om twee aparte partijen gaat die tegenover elkaar staan. De overheid levert iets, de burger betaalt en beoordeelt.
Daarmee raakt het gemeenschappelijke karakter van de samenwerking uit beeld. Solidariteit maakt plaats voor een voor wat hoort wat-mentaliteit. Ik betaal belasting, dus wat krijg ik daarvoor terug? Dat lijkt logisch, maar past slecht bij voorzieningen die juist gebaseerd zijn op wederzijdse afhankelijkheid en risico’s die we delen.
Solidariteit is geen transactie
In een solidaire samenleving betaal je niet alleen voor wat je zelf nodig hebt, maar ook voor wat anderen nodig hebben — omdat jij morgen zelf die ander kunt zijn. Gezonde mensen betalen mee aan de zorg voor zieken. Werkenden dragen bij aan inkomensondersteuning voor wie tijdelijk zonder werk zit. Jongeren investeren via het onderwijs in de ouderen van morgen.
Dat is geen markttransactie, maar een collectieve afspraak. Wie de overheid louter als dienstverlener ziet, tast die basis aan.
Wel: betrokkenheid en zeggenschap
Dat betekent niet dat burgers geen kritische rol mogen of moeten hebben. Integendeel. Een bekend adagium uit de tijd van de Amerikaanse onafhankelijkheid luidt: “no taxation without representation”. Wie bijdraagt, moet ook zeggenschap hebben.
Burgers moeten betrokken zijn bij de overheid, kunnen meebeslissen, controleren en ter verantwoording roepen. Democratie is geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor collectieve samenwerking op deze schaal.
Maar betrokkenheid is iets anders dan consumentengedrag. Het gaat niet om tevreden klanten, maar om verantwoordelijke mede‑eigenaren van het publieke domein.
Tot slot
De moderne samenleving kan niet zonder samenwerking. Die samenwerking vraagt om een overheid, niet als tegenstander van de burger, maar als uitdrukking van collectieve verantwoordelijkheid. Wanneer we dat besef verliezen en overheid en burger tegenover elkaar plaatsen, ondergraven we precies datgene wat ons in staat stelt vrij en zelfstandig te leven.



Relevantie hiervan blijkt ook uit VK artikel: https://www.volkskrant.nl/politiek/haperende-start-kabinet-jetten-past-in-europees-patroon-van-politieke-verlamming~b80bb4ab/ waarin geconstateerd wordt dat er te veel focus op deelbelangen en te weinig op algemeen belang.