Weerbaarheid begint niet bij defensie
Waarom investeren in de samenleving de beste bescherming is.
De afgelopen jaren is het begrip weerbaarheid teruggekeerd in het politieke debat. Door de oorlog in Oekraïne, de spanningen rond China en de instabiliteit in delen van het Midden-Oosten klinkt steeds vaker de oproep om meer geld uit te geven aan defensie. Nederland heeft zich bovendien verbonden aan de nieuwe NAVO-norm, waardoor de militaire uitgaven de komende jaren sterk zullen stijgen. Dat lijkt logisch. Een land moet zichzelf immers kunnen verdedigen.
Toch wringt er iets. Want terwijl politici spreken over gevechtsvliegtuigen, raketsystemen en militaire paraatheid, ervaren veel Nederlanders dagelijks een heel andere werkelijkheid. Een tekort aan goede en betaalbare woningen. Toenemende druk op de gezondheidszorg. Dalende onderwijsresultaten. Verdwijnende buslijnen. Bibliotheken die zijn gesloten. Achterstallig onderhoud aan bruggen en wegen. Problemen die niet aan de landsgrenzen liggen, maar midden in onze samenleving.
De vraag is daarom niet alleen hoe Nederland zich verdedigt. De vraag is vooral: wat proberen we eigenlijk te verdedigen?
Meer dan dertig jaar bezuinigen
Sinds de jaren tachtig heeft Nederland in wisselende mate gekozen voor een bestuursfilosofie waarin kostenbeheersing, marktwerking, decentralisatie en zelfredzaamheid centraal stonden. Dat leverde misschien voordelen op. Misschien gingen sommige overheidsdiensten efficiënter werken.
Maar er ontstonden ook schaduwkanten. De woningvoorraad groeide onvoldoende mee met de vraag. Het woningtekort bedraagt inmiddels honderden duizenden woningen. Veel (huur) woningen hebben ernstige gebreken en onvoldoende voorbereid op de gevolgen van de klimaatverandering.
In het onderwijs laten internationale onderzoeken zien dat Nederlandse leerlingen de afgelopen jaren sterk zijn teruggevallen, vooral op het gebied van leesvaardigheid. Nederland scoort inmiddels onder het OESO-gemiddelde.
In de jeugdzorg kregen gemeenten in 2015 nieuwe verantwoordelijkheden, terwijl tegelijkertijd aanzienlijke bezuinigingen werden doorgevoerd.
Op het platteland verdwenen duizenden bushaltes en ontstond wat onderzoekers inmiddels “vervoersarmoede” noemen.
Bruggen, sluizen en wegen kampen met jarenlang uitgesteld onderhoud.
Muziekscholen en bibliotheken verdwenen uit veel gemeenten na forse bezuinigingen op cultuur en lokale voorzieningen.
Elk van deze ontwikkelingen heeft zijn eigen oorzaak. Maar samen laten ze een patroon zien: de maatschappelijke infrastructuur is in veel gevallen minder robuust geworden.
Wat maakt een land sterk?
In de politieke discussie wordt weerbaarheid vaak gelijkgesteld aan militaire slagkracht. Maar een samenleving kan op veel manieren kwetsbaar zijn. Een land wordt niet alleen bedreigd door een buitenlandse vijand. Het wordt ook kwetsbaar wanneer:
jongeren onvoldoende onderwijs krijgen;
mensen geen woning kunnen vinden;
zorg moeilijk toegankelijk wordt;
publieke voorzieningen verdwijnen;
burgers het vertrouwen in de overheid verliezen.
Geen enkel van deze problemen wordt opgelost met een extra fregat of een extra gevechtsvliegtuig. Dat betekent niet dat defensie onbelangrijk is. Maar het betekent wel dat militaire weerbaarheid slechts één onderdeel is van nationale weerbaarheid.
Intrinsieke weerbaarheid
Misschien hebben we een breder begrip nodig: intrinsieke weerbaarheid. Daarmee bedoel ik het vermogen van een samenleving om tegenslagen op te vangen doordat haar fundamenten sterk zijn. Een intrinsiek weerbare samenleving kent:
goed onderwijs;
toegankelijke gezondheidszorg;
voldoende woningen;
betrouwbare infrastructuur;
culturele voorzieningen;
sociale samenhang;
vertrouwen tussen burgers en overheid.
Wanneer deze elementen aanwezig zijn, ontstaat een samenleving waarin mensen zich kunnen ontwikkelen, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Juist dan wordt een land ook economisch sterker.
Een economisch misverstand
Voorstanders van hogere defensie-uitgaven wijzen vaak op de NAVO-verplichtingen. Daarbij wordt meestal gesproken over een percentage van het bruto binnenlands product (BBP).
Dat lijkt een harde norm. Maar er zit een interessant mechanisme achter. Als het BBP groeit, ontstaat automatisch meer ruimte voor zowel defensie-uitgaven als andere publieke investeringen.
Investeringen in onderwijs, woningbouw, infrastructuur, innovatie en gezondheidszorg zijn niet alleen kostenposten. Ze vergroten vaak juist de toekomstige economische capaciteit van een land.
Met andere woorden: een samenleving die haar menselijk kapitaal versterkt, vergroot ook haar vermogen om de militaire weerbaarheid op peil te houden.
Wat verdedigen we eigenlijk?
Stel dat Nederland de komende jaren miljarden extra uitgeeft aan defensie, maar tegelijkertijd kampt met woningnood, personeelstekorten, achterblijvend onderwijs, ontoegankelijke zorg en afnemende sociale cohesie. Is het land dan werkelijk sterker geworden? Of hebben we vooral onze militaire capaciteit vergroot terwijl de samenleving zelf verder verzwakt?
Een democratische rechtsstaat wordt uiteindelijk niet gedragen door tanks, vliegtuigen en begrotingsnormen. Zij wordt gedragen door mensen. Door burgers die gezond zijn, zich kunnen ontwikkelen, een woning kunnen vinden, vertrouwen hebben in hun toekomst en zich verbonden voelen met de samenleving waarin zij leven. Werkelijke weerbaarheid begint daarom niet aan de grens, maar thuis.


