Waarom "er is geen geld" een fabeltje is
Het Europese huis moet worden afgebouwd
Er is nog zoveel te doen om onze samenleving te verbeteren. Of het nu gaat om de aanpak van de klimaatcrisis, het oplossen van het tekort aan woonvoorzieningen, het bevorderen van sociale gelijkheid, of het investeren in onderwijs en openbaar vervoer; de lijst met noodzakelijke investeringen is lang. Toch zien we dat regeringen vaak op hun handen blijven zitten. De reden die zij steevast aanvoeren voor hun terughoudendheid? “Er is simpelweg geen geld voor”.
Deze uitspraak gaat echter uit van een fundamenteel verkeerde visie op hoe de economie van een land werkt.
De staat is geen huishouden
De grootste denkfout is dat we de staat zien als een huishouden dat eerst geld moet verdienen (belastingen innen) voordat het iets kan uitgeven. In werkelijkheid heeft de staat een totaal andere rol: het is de schepper van het geld, terwijl burgers en bedrijven de gebruikers ervan zijn.
De staat brengt geld in omloop door uitgaven te doen. Burgers hebben dit geld nodig om hun belastingen te kunnen betalen en gebruiken het restant voor hun onderlinge handel. Dit betekent dat overheidsuitgaven altijd voorafgaan aan belastinginkomsten.
De wet van de communicerende vaten
Wanneer de overheid minder belastingen int dan zij uitgeeft, ontstaat er een tekort op de overheidsbalans. Maar op macroniveau is dit tekort precies gelijk aan het overschot voor de private sector (de burgers en bedrijven). Omgekeerd geldt: als de staat een overschot nastreeft door te bezuinigen, onttrekt zij geld aan de economie en dwingt zij de private sector in de schulden.
In een moderne economie kijken we echter niet alleen naar de publieke en private sector. Er is een cruciale derde speler: het buitenland (de handelsbalans tussen import en export). Deze drie sectoren gedragen zich als communicerende vaten:
De publieke sector (de overheid)
De private sector (huishoudens en bedrijven)
De buitenlandse sector (export minus import)
Hun gezamenlijke saldo is altijd nul. Als de balans in de ene sector verandert, is er onvermijdelijk een tegengestelde reactie in de andere sectoren.
De weeffout van de Maastricht-richtlijnen
Binnen de Europese Unie hebben we strikte limieten gesteld aan het maximale begrotingstekort en de staatsschuld (de bekende Maastricht-regels uit 1992). Het probleem is dat deze regels blind zijn voor de werking van de communicerende vaten en de handelsbalansen binnen de EU.
Er wordt bijvoorbeeld vaak beschuldigend gewezen naar de hoge Franse staatsschuld, terwijl men wegkijkt van het enorme handelsoverschot van Duitsland. Deze twee zaken hangen onlosmakelijk met elkaar samen. Duitsland heeft jarenlang een politiek van loonmatiging gevoerd, waardoor Duitse producten relatief goedkoop werden en de export werd bevorderd. En omdat de eigen burgers door die lage lonen minder konden consumeren, moesten de geproduceerde goederen wel in het buitenland (zoals Frankrijk) worden verkocht.
Tijd om het Europese huis af te maken
Eenzijdige afspraken over tekortcijfers en schulden zijn niet langer houdbaar als we de Europese economie als geheel willen laten floreren. De huidige regels ondermijnen de solidariteit en stabiliteit van de EU. Het verlaagt de levensstandaard door loonmatiging en drijft andere landen onnodig in de schulden.
De afspraken die in 1992 in Maastricht zijn gemaakt, waren verre van ideaal en verre van compleet. Om de grote uitdagingen van deze tijd — van klimaat tot wonen — aan te kunnen, moeten we stoppen met het besturen van de economie met één hand op de rug gebonden. We hebben een geavanceerder raamwerk nodig dat de economie als een samenhangend geheel ziet. Het is tijd om het Europese huis eindelijk af te bouwen.


