"tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren"
Nu er een nieuwe EU-Commissaris wordt benoemd om de uitvoering van de Europese Green Deal ter hand te nemen, is het een goed moment om even terug te kijken naar de wijze waarop de VS hun deelname aan de Tweede Wereldoorlog financierden. De maatschappij schakelde over op een oorlogseconomie. Amerikaanse bedrijven kregen de opdracht om grote hoeveelheden materieel, medicijnen, munitie, etc. te produceren. Deze goederen - ongeveer de helft van de Amerikaanse nationale productie - kwam niet terecht op de Amerikaanse markt maar was voor het leger.
Ook nu moet er een krachttoer worden geleverd: de omschakeling naar een duurzame en ecologisch verantwoorde wijze van produceren en consumeren. Daar is veel voor nodig dat er nu nog niet is, zoals waterstoffabrieken en een uitgebreid en goedlopend openbaar vervoer, maar ook geïsoleerde woningen en gebouwen, warmtepompen, elektrische (vracht)auto’s, een solide elektriciteitsnet en een heel andere landbouw.
In het geval van de Amerikaanse oorlogseconomie was de overheid de afnemer van al het geproduceerde oorlogsmateriaal en betaalde daar grote sommen geld voor. Het frappante is dat Henry Morgenthau (Henry Morgenthau jr. - Wikipedia), de Amerikaanse minister van financiën, zich geen zorgen maakte over de financiering daarvan. Dat gebeurde met vers ‘gedrukte’ dollars van de centrale bank.
Hij maakte zich wel zorgen over iets anders. Doordat het Amerikaanse bedrijfsleven en de werknemers wel verdienden aan de oorlogsproductie maar dat geld slechts konden besteden aan een veel beperkter aanbod van consumptiegoederen zou er prijsopdrijving en dus inflatie kunnen ontstaan. Morgenthau pareerde dit door een deel van het verdiende geld uit de economie te halen door oorlogsobligaties te verkopen. In tegenstelling tot traditionele staatsobligaties die alleen voor financiële instellingen te koop waren, konden ook burgers direct bij de Amerikaanse overheid staatsobligaties kopen. Dat geld kon dus niet meer aan consumptiegoederen besteed worden, waardoor prijsopdrijving voorkomen werd. Na de oorlog zouden de burgers hun geld terugkrijgen met een mooie rente erbij.
Dit is ook wat de Belgische overheid onlangs heeft ingevoerd (Dit moet je weten over de nieuwe staatsbon | VRT NWS: nieuws). Kopers krijgen naast een aantrekkelijke rente ook nog eens een belastingvoordeel. Het doel van de regeling zou zijn om banken te stimuleren spaarders een hogere spaarrente te bieden, want net als in Nederland blijft die wel erg achter bij de rente die de banken zelf ontvangen voor hun tegoeden bij de centrale bank. Hoewel ik dat nog niet in de mediaberichten heb teruggezien is de Staatsbon in deze tijd van inflatie ook een middel om geld uit de economie te onttrekken om daarmee prijsopdrijving tegen te gaan.
De EU zou het Amerikaanse voorbeeld kunnen volgen. De EU als geheel maar ook de afzonderlijke landen kunnen ervoor zorgen dat de middelen gerealiseerd worden om de klimaattransitie mogelijk te maken. Dat kunnen ze doen door opdrachten te verstrekken aan bedrijven en ervoor te betalen met vers ‘gedrukte’ Euro’s. Het gevaar van inflatie moet uiteraard onderkend worden en kan bestreden worden met onder meer een ‘Eurobon’ naar Amerikaans en Belgisch voorbeeld.
Maar zoals Willem Elsschot al dichtte: “tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”.
Zo is er in het Euro-gebied het verbod op monetaire financiering van overheidsbeleid. Oftewel: de overheid mag niet rood staan op haar rekening bij de centrale bank. Ieder dubbeltje dat de overheid uitbetaalt moet nog diezelfde dag binnenkomen in de vorm van belastinggeld of via de verkoop van staatsobligaties - ‘staatsleningen’.
Dit belemmert ons enorm. Ik vraag me af of de geallieerden de Tweede Wereldoorlog hadden kunnen winnen als dit ook voor Amerika had gegolden in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw.
Voor meer achtergronden over de wijze waarop de VS hun oorlogseconomie financierden: artikel.

