Gijs en Sandra hadden een mooi gesprek
Met al haar kennis en inzicht blijkt Sandra Phlippen toch wat hiaten te hebben in haar economische kennis. Dat zou je niet verwachten bij de voormalig hoofdeconoom van ABNAMRO.
De interviews die Gijs Groenteman maakt voor De Volkskrant zijn zonder uitzondering zeer de moeite waard. Ook het interview op 29 juli met Sandra Phlippen, voormalig hoofdeconoom van ABNAMRO en tegenwoordig hoofd klimaatstrategie van die bank. Phlippen zegt daarin onder meer dat toekomstige generaties liever een hogere staatsschuld hebben dan een onleefbare planeet. Dat lijkt me een zeer terechte uitspraak. De toekomstige generaties zullen nijdig zijn op de onze omdat we te weinig hebben gedaan tegen de klimaatverandering. Daarmee zadelen we hen met hoge kosten op. Dat is onze morele schuld die niemand meer zal kunnen aflossen.
Hoewel ik erg genoten heb van het gesprek tussen Gijs en Sandra valt het me wel tegen dat de voormalig hoofdeconoom van ABNAMRO blijk geeft van onjuistheden in haar economische kennis. De eerste misvatting heeft te maken met de hierboven aangehaalde uitspraak over de toekomstige generaties. Zij gaat namelijk mee in het frame dat staatsobligaties leningen zijn van de staat. Er wordt daarbij vergeten dat de staatsschuld in de vorm van staatsobligaties in handen komt van de toekomstige generaties die daar rente over ontvangen en dat het voor een staat die (via de centrale bank) zijn eigen geld uitgeeft geen enkel probleem is om die staatsobligaties aan het eind van de looptijd weer om te zetten in normaal geld.
Verderop in het interview merkt Phlippen op dat de groene investeringen vanaf 2023 een stuk lager liggen dan in de jaren daarvoor. Ze wijst daarbij op de invloed van de rentestand. Vanaf 2022 ging de rente namelijk omhoog wat het duurder maakte om geld te lenen waardoor groene projecten een langere terugverdientijd hadden en dus minder aantrekkelijk werden. Maar Phlippen blijft optimistisch, want voor de toekomst ziet ze dat als gevolg van de vergrijzing veel geld beschikbaar komt. Ze bedoelt dat ouderen veel spaargeld hebben dat kan worden uitgeleend aan ondernemers voor investeringen. Als gevolg van het spel van vraag en aanbod zal de prijs van geld (de rente) daardoor zakken, aldus Phlippen. Logisch toch? Maar zo werkt het niet in de werkelijkheid. Banken lenen jouw spaargeld niet uit aan ondernemers die aankloppen voor een lening. In plaats daarvan creëren ze het gewenste banktegoed vanuit het niets, met een schuldbekentenis van de ondernemer als tegenhanger. Met andere woorden: er is geen spel van vraag en aanbod dat de rentestand bepaalt. Die rentestand wordt daarentegen bepaald door de ECB die de zogenaamde beleidsrente vaststelt. Commerciële banken doen daar in de regel een kleine opslag bovenop voor de leningen die zij verstrekken.
Het kan heel goed zijn dat de stijgende rente een nadelige invloed heeft gehad op groene investeringen. Maar dat is vooral iets wat de ECB zich moet aanrekenen. Deze houdt de rente nog steeds betrekkelijk hoog om daarmee een antwoord te bieden op de inflatie. Het is onomstreden dat de grondoorzaak voor de huidige inflatie ligt in de opgelopen energiekosten als gevolg van aanbodverstoringen van olie en gas. Aangezien energie een belangrijke kostencomponent is voor zo’n beetje alle producten en diensten gaan alle prijzen omhoog.
Gaat een hogere rente daar tegen helpen? Zorgt een hogere rente ervoor dat er meer olie en gas beschikbaar komt. Nee! De ECB zit al jaren in een verkeerd denkframe. Renteverhogingen kunnen het juiste middel zijn tegen inflatie die ontstaat vanwege een te hoge vraag. In dit geval is het een aanbod-gedreven inflatie. In plaats van renteverhogingen moeten de maatregelen gezocht worden in fiscaal beleid. Bijvoorbeeld door het stimuleren van versnelde energietransitie en het afromen van de overwinsten van olie- en gasbedrijven.


