De artikelen op deze site zijn geïnspireerd door Modern Monetary Theory (MMT). MMT geeft een beschrijving van hoe ons geldsysteem werkt en wat de mogelijkheden zijn voor regeringen om de economie te benutten voor het bereiken van hun ambities. Aan de hand van wat MMT te vertellen heeft wordt duidelijk dat wat ons de laatste 45 jaar door ‘mainstream’ economen is verteld maar slechts te dele waar is en zelfs schadelijk is voor onze maatschappij. Sinds kort is op YouTube een documentaire te zien over MMT: Finding the Money | FULL DOCUMENTARY | Politics/Economics.
Deze documentaire is nuttig tegen het licht van de huidige discussies in de EU over de begroting voor de volgende 7 jaar. Er wordt momenteel gesteggeld over de begroting van de EU. De Commissie wil deze uitbreiden. Al met al blijft de begroting slecht circa 1,2 procent van het gezamenlijke BBP. Toch zou het betekenen dat nettobetalers als Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zweden meer moeten gaan bijdragen. Daar zijn deze landen falikant op tegen. Tegelijkertijd wordt steeds meer van Europa gevraagd. Maar daar moeten ze dan wel de middelen voor krijgen.
De EU heeft weinig eigen inkomsten. Dat zjin voornamelijk douaneheffingen. De EU mag geen eigen belastingen heffen en is dus bijna geheel afhankelijk van de bijdragen van de lidstaten. Gezien het verschil in ontwikkeling is het logisch dat er verhoudingsgewijs verschillen zijn in wat landen bijdragen. Duitsland heeft daarvoor immers heel wat meer mogelijkheden dan bijvoorbeeld Bulgarije en dit land heel wat meer hulp van de EU nodig dan Duitsland. Ik vind dat logisch. Maar ook uit oogpunt van solidariteit lijkt het mij te rechtvaardigen. In eigenland vinden we solidariteit volslagen normaal. Waarom dan ook niet binnen Europa?
Dit wil overigens geenszins zeggen dat Duitsland en Nederland niet of verhoudingsgewijs minder profiteren van de EU dan bijvoorbeeld Bulgarije. Duitsland en Nederland zijn zeer gericht op export. Die vindt in grote mate binnen de EU plaats. Daar zit vooral het voordeel voor deze landen. Merz en Jetten doen nu wel moeilijk - ik wilde eerst ‘zielig’ opschrijven - maar Duitsland en Nederland hebben onder de streep misschien wel het meeste profijt van de EU.
Toch zit er wel iets scheef. Alle landen van de EU worstelen om hun begroting rond te krijgen. Ze moeten daarmee binnen strikte limieten blijven die door de EU zijn opgelegd: een tekort van maximaal 3% van het BBP en een staatsschuld van maximaal 60% van het BBP. Veel landen zijn daar al een eind overheen, bijvoorbeeld Frankrijk. Andere landen nog niet maar deze proberen angstvallig uit de buurt van die grens te blijven, zoals Nederland. De EU is afhankelijk van de bijdragen van de lidstaten maar legt deze strikte beperkingen op met betrekking tot begrotingstekort en staatsschuld. Bovendien heeft de EU zichzelf verboden belastingen te innen.
De EU heeft zich op deze manier in een hoek geschilderd. Het heeft de monetaire soevereiniteit van lidstaten beperkt zonder op EU niveau instituties te creëren die wel monetaire soeverein zijn. Dat is geen houdbare situatie. De lidstaten hebben onvoldoende ruimte om in geval van (economische) crisis de benodigde maatregelen te nemen. En tegelijk heeft ook de EU die mogelijkheden niet voor zichzelf gecreëerd. In het Verdrag van Maastricht is dit allemaal heel expliciet uitgesloten. Als gevolg hiervan is de maatschappelijke infrastructuur in de afgelopen decennia alsmaar kwetsbaarder geworden. Niet alleen wegen en bruggen zijn er slecht aan toe. Ook de staat van het onderwijs, het culturele leven en de sociale voorzieningen is er op achteruit gegaan terwijl het in Europa langer duurder voordat het zich herstelde van crises dan bijvoorbeeld de VS. Dit was bijvoorbeeld te zien bij financiële crisis van 2008/9 die in Europa ook nog eens overging in de Eurocrises.
Hoe moet het dan wel?
De Modern Monetary Theory (MMT) geeft daar duidelijkheid over. Ten eerste geeft MMT een accurate beschrijving van ons geldsysteem en laat zien wat de mogelijkheden zijn voor een regering. Daarmee komen ook de knelpunten aan het licht met betrekking tot de wijze waar de EU zichzelf georganiseerd heeft. In een volgend artikel zal ik daar verder op ingaan.


