De Britse regering wil de economie stimuleren door meer geld uit te geven aan defensie. Maar volgens een onderzoek dat besproken wordt op BNR, levert dat plan weinig op. De defensiecontracten zorgen nauwelijks voor extra banen, en het geld dat naar defensie gaat, kan niet meer worden besteed aan andere publieke voorzieningen zoals zorg of onderwijs.
Dat klinkt logisch, maar er zit een denkfout in: het idee dat de overheid een vast bedrag te besteden heeft, en dus moet kiezen waar ze dat aan uitgeeft. In werkelijkheid werkt het anders.
Dat klinkt logisch, maar er zit een denkfout in: het idee dat de overheid een vast bedrag te besteden heeft, en dus moet kiezen waar ze dat aan uitgeeft. In werkelijkheid werkt het anders.
Wat bepaalt wat de overheid kan doen?
Het belangrijkste is niet hoeveel geld de overheid heeft, maar hoeveel mensen en materialen beschikbaar zijn. Zolang er genoeg arbeidskrachten zijn en er geen tekort is aan spullen, kan de overheid best méér uitgeven – bijvoorbeeld aan defensie én aan zorg – zonder dat dat problemen oplevert.
Deze manier van denken komt van econoom Abba P. Lerner (1903 - 1983. Hij zei: kijk niet naar de begroting, maar naar de resultaten. Zijn idee heet "Functional Finance".
Deze manier van denken komt van econoom Abba P. Lerner (1903 - 1983. Hij zei: kijk niet naar de begroting, maar naar de resultaten. Zijn idee heet "Functional Finance".
Wat bedoelde Lerner daarmee?
Volgens Lerner moet de overheid zorgen voor:
- Zo weinig mogelijk werkloosheid
- Stabiele prijzen (geen hoge inflatie)
Als er te weinig wordt uitgegeven in de economie, ontstaat werkloosheid. Wordt er juist te veel uitgegeven, dan stijgen de prijzen te snel. De overheid kan dit beïnvloeden door:
- Zelf meer of minder uit te geven
- Belastingen te verhogen of te verlagen
- De rente te sturen via uitgeven of opkopen van staatsobligaties
En wat als het begrotingstekort oploopt?
Volgens Lerner is dat geen ramp. Politici en economen moeten niet in paniek raken als de staatsschuld stijgt. Zolang de economie goed draait – met genoeg banen en stabiele prijzen – is dat belangrijker dan het saldo van de staatskas.